Geschiedenis Gevogelte

Op de vierde dag schiep God 'alles wat zwemt en vliegt'; één dag voor 'alles wat loopt en kruipt' en twee dagen voor Adam, de mens 'naar zijn beeld en gelijkenis'. Vanaf die tijd heeft het gevogelte een vaste plaats in de bijbelse geschiedenis, want het begon met de duif die Noach vanaf zijn ark uitzond en ook de haan die drie keer kraaide toen Petrus zijn meester had verraden.

Vogels waren150 miljoen jaar geleden, in de tijd van de dinosaurussen, de alleenheersers in de lucht. Natuurlijk denken wetenschappers dat alle vogels op een andere manier zijn ontstaan, maar dat ze al heel oud zijn is duidelijk.

Tot het moment dat de mens met vuur leerde omgaan, leefden ze tussen andere schepsels en aten ze granen en vruchten, rupsen en slakken, maar waarschijnlijk ook eieren die ze uit de nesten en holen roofden. Waarschijnlijk werd in de tijd dat de mens met vuur begon te spelen ook de eerste eend gevangen en aan een spies geregen en werd voor het eerst soep gekookt van een korhoen of sneeuwhoen met een paar wortels of kruiden. Dit gebeurde natuurlijk niet in een pan op het fornuis, maar in een met leer bekleed uitgegraven gat waarin hete stenen waren opgestapeld.

 

Zo'n achtduizend jaar voor het jaar 0 trokken de mensen niet meer van plaats tot plaats, maar bleven de wonen op een vaste plek en werden boer. Niemand weet natuurlijk wie de eerste mens was die een wilde kip lokte met een handje graan, maar het begin van de tamme beesten is toen begonnen. Daarna is de ontwikkeling van de vogels nauw verbonden met de ontwikkeling van de mensheid. Tegenwoordig hebben sommige soorten zelfs moeite om te overleven, omdat ze onwetend uitgeroeid worden door ons mensen. Gelukkig waren er toen en nu ook nog mensen die van de dieren houden en ze met liefde grootbrengen.


Heel vroeger ontdekten de mensen dat gevogelte ook voor andere dingen kon worden gebruikt. De veren gebruikte men voor vulling in kussen en matrassen, maar ook om te schrijven. Pluimvee leverde mooi vet vlees en natuurlijk eieren om te verhandelen. Dit was noodzakelijk, omdat het houden van dieren duur begon te worden en men er meer mee moest doen dan alleen maar vrij laten rondlopen.

 

Wist je bijvoorbeeld ook dat er vroeger een tijd was dat de kip, de patrijs en de kraanvogel als keizerlijk voedsel werden gezien en dat wit vlees 'herenvlees' was? En dat de huisvrouw niet alleen voor haar gezin maar ook voor het pluimvee moest zorgen met net zoveel liefde? Ook was het slachten van een gans een ware attractie die veel nieuwsgierige mensen trok. Als de huisvrouw de maag met vaste hand opensneed, drongen de haverkorrels en de kleine kiezelsteentjes die de gans als laatste voedsel nog had opgepikt naar buiten. Van de gedroogde slokdarm, gevuld met een paar droge erwten en tot een ring bij elkaar gebonden, maakte moeder een ratel en de jongetjes maakten de kleine meisjes aan het schrikken met de afgehakte poot van een kip of een gans die als een spookhandje z'n tenen kromde als er aan de pezen werd getrokken.

Ook heeft men lange tijd gedacht dat kippen en hanen bijzondere toverkracht hadden en werden ze bij bepaalde rituelen, bijvoorbeeld om het begin van een goede oogst in te luiden, afschuwelijk afgeslacht. Na de oogst werden de gebraden kip of haan gezien als een feestmaal en offermaal als dankbaarheid voor de goede oogst.

Overal waar vorsten met hun dienaren een tijdje verbleven werden er vele dieren geslacht om opgegeten te worden tijdens de vele vaak overdreven feestelijke maaltijden. Zo liet Hendrik III 115 kraanvogels slachten, en liet de aartsbisschop van York voor zijn 6000 gasten 2000 ganzen, 1000 kapoenen, 104 pauwen en 13500 andere vogels slachten om die samen met net zoveel vlees van andere dieren, pasteien en vissen, wild en wafels in een paar dagen te verorberen.