Paddestoelen inleiding

Wat is een paddestoel?
De paddestoel is niet anders dan het vruchtlichaam (het voortplantingsorgaan van de zwam), waarin of waarop de sporen worden gevormd. Bij sommige zitten die sporen tussen de plaatjes van de hoed, bij andere in de buisjes van de hoed. Maar er zijn ook paddestoelen die niet meer zijn dan een zak vol sporen, zodra die sporen rijp zijn, verwelkt de zak en barst hij open om de sporen vrij te laten. Meestal gaat er aan de vorming van sporen een geslachtelijk proces vooraf.
Het verschijnen van de paddestoel, dus het vruchtlichaam,is afhankelijk van een groot aantal factoren: voeding, vochtigheid, temperatuur, licht, enz.

 



Groeiplaats
Paddestoelen hebben allemaal hun eigen groeiplaats. Sommige vind je alleen in dennenbossen, andere op het hout van bepaalde bomen of op mest. Om ervoor te zorgen dat een spore op een geschikte plaats terecht komt en een nieuw schimmelweefsel kan vormen, moet een paddestoel dus heel veel sporen maken. De vele sporen verspreiden zich. Het minste zuchtje wind is genoeg om de sporen ver weg te laten waaien. Ze kunnen over grote afstanden vervoerd worden, zelfs over zeeën en oceanen..

Paring bij schimmels
Als een spore op een geschikte plaats terecht komt, ontkiemt hij en groeit er een schimmeldraadje uit, een hyfe. Iedere paddestoel vormt mannelijke en vrouwelijke sporen, waar zelfs met de allergrootste vergroting geen verschil in te zien is. Een mannelijk spore vormt een mannelijke schimmeldraad. Die moet met een vrouwelijke versmelten en de nu ontstane hyfe groeit vervolgens uit tot een dicht netwerk, de zwamvlok of het mycelium. Het versmelten van de beide schimmeldraden is in feite de paring bij de schimmels.